Ik ben best een held hoor als het om insecten gaat.
Ik was vroeger al niet bang voor kriebelbeesten.
Bij wijze van experiment trok ik er samen met de buurtkinderen en een zoutpot op uit om te kijken wat er zou gebeuren als je zout op een slak zou strooien.
Of we zochten hooiwagens en trokken ze pootjes uit. Gewoon om te kijken of ze het op vijf, vier of drie pootjes ook zouden redden
Want de natuur is wreed en kinderen zijn dat ook.
Later stopte ik ze gewoon in een potje. Bij wijze van huisdier.
Ik had lieveheersbeestjes met namen, langpootmuggen die ‘Fred’ heetten en spinnen die ik het allerschattigst van de hele wereld vond. Jammer dat ze zich niet lieten knuffelen.
En toen kregen we een poes. Een echte pikzwarte poes. En we noemden hem Droppie. Waarschijnlijk voelde hij aan dat ik niet zo lief was voor dieren want hij liep weg en mijn zusje en ik waren ontroostbaar. Gelukkig had Droppie nog een broer die ook zwart was en best wel bij ons wilde wonen tot zijn 25e. Totdat hij stokoud, doof en waarschijnlijk ook nog blind het loodje legde.
En toen was ik erachter dat ik een poezenmens was.
Dus nu heb ik er twee. Weer een Droppie, zo zwart als roet, en een Purk, want Minke mocht de naam bedenken. Purk is niet zomaar een kat. Het is een hondsbrutaal en nieuwsgierig nest die niet alleen aanbidders van haar eenjarige lijfje af moet schoppen maar ook voor het eerst van haar prille leventje een heuse vogel had gevangen.
Een vogel die ze uit dankbaarheid en belachelijke trots mee naar binnen droeg. Vogel, een baby nog, was niet zo blij want ze kwetterde hard en angstig. Ik wilde mijn oren en ogen dicht houden in de hoop dat het verdween of roepen naar een andere volwassene in huis die het wel even voor me zou oplossen. Ondertussen voelde ik de groepsdruk van de buurtkinderen die inmiddels allemaal naar binnen kwamen rennen. Eindelijk gebeurde er weer eens wat!
Minke keek me verwachtingsvol aan en Jelle vroeg of ik de vogel nog kon redden.
Dus ik, Moeder de Held, greep Purk in zijn nekvel waardoor ze even het beestje losliet. Ik zette een emmertje over het in doodsnood verkerende vogeltje heen en schoof er een bord onder en nam ‘m mee naar buiten. Achter me aan de optocht van buurtkinderen. Het beestje was zo gewond dat ik het rustig kon aaien. Ik belde achtereenvolgens de vogelopvang en de dierenambulance die me adviseerde een nachtje af te wachten en het beestje in een doos te stoppen. Vanmorgen keken we en toen was het dood. Een klein bruin bolletje met de oogjes dicht. En nu gaat Moeder de Held een openbare begrafenis houden in de tuin. Voor de buurtkinderen. En voor het vogeltje. Want Moeder de Held was net niet Held genoeg om het beestje meteen uit zijn lijden te verlossen.
Laatste reacties