Laatste berichten

Laatste reacties

Clisdaimer

  • Alle tekst en ideeën komen rechtstreeks uit mijn geest en zijn dus als zodanig ook van mij. Zet je eigen fantasieknopje maar aan. ©Rianne

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

Drie jaar geleden ben ik begonnen met “Leukerd”.

Al snel werd de logkring uitgebreid en werd loggen reageren om de reacties.

Gezellig maar ook tijdrovend. Bovendien ben ik met loggen begonnen omdat ik wilde schrijven.

Ik schrijf met veel liefde voor mezelf en voor belangstellenden en dat wil ik ook zo houden. Dus lieve lezer; reageer alleen als je wilt reageren en lees als je alleen wilt lezen.

Voorlopig dus even geen nauwelijks reacties van mijn kant.

11 januari 2010

Nieuwerd

Leukerd heeft een nieuwe. Leukerd is niet Leukerd meer. Ze is nog wel leuk, maar anders. Nieuw.

Vandaar:Klik

Leukerd zal binnen niet al te lange tijd opgeheven worden.

2 november 2009

The greatest catch of all

Wezenloos staarde ik voor me uit. Ieder moment kon het gebeuren. Mijn ogen brandden en vroegen om traanvocht. Knipperen durfde ik niet uit angst dat ik hét moment zou missen. Met mijn ogen wilde ik de beweging haast afdwingen.

Maar de natuur kun je niet afdwingen en een vis al helemaal niet.

Om de verveling niet helemaal toe te laten slaan, haalde ik met een ‘ik-doe-net-alsof-ik-ervaring-heb-zwier’ mijn hengel omhoog. De made hing nog vrolijk te bungelen. Jammer dat ik ‘m nog niet hoefde te vervangen. Ik vond het al best stoer van mezelf dat ik zo’n kronkelend meelwormpje met een haast sadistisch genoegen aan een haakje durfde te prikken.

Teleurgesteld hing ik de hengel weer terug in het water. Ik stelde me voor dat ik met mijn geest de vissen lokte naar mijn levende aas. Een eend die voorbij zwom zorgde voor een rimpeling op het water. De dobber bewoog en ik was niet onder de indruk.

Toch?

Het ding dreef nu wel heel onnatuurlijk een kant op. Heel zachtjes trok ik aan mijn hengel.

Ik voelde weerstand.

Paniek golfde even door me heen; wat nu?

Ik liet niks aan de anderen merken en haalde mijn hengel omhoog. Dat kon best met één hand.

“Mamaaaa! Je hebt beet!” was de snuggere opmerking van mijn zesjarige meid wat onmiddellijk de aandacht trok van het mannelijke gezelschap.

“Kom maar hier,”zei de grootste visser en met één beweging haalde hij het haakje uit de lip van het piepkleine voorntje. Dat het een voorntje was, wist ik dan weer wel. Lang leve VIS TV op de zondagochtend.

Toen het voorntje langzaam het water weer in gleed, en ik later die dag nog een voorn en een stekelbaars ving, begreep ik ineens waarom het vissen leuk is.

Het is het wezenloos staren naar die dobber. Je gedachten op nul zetten en tot rust komen. Maar toch de spanning van een aanbeet.

Jammer dat ik er geen foto’s van heb.

Want ik met een piepklein voorntje in mijn twee handen en recht, zonder te lachen, in de lens van een camera kijken was best leuk geweest.

25 juli 2009

Oud, nieuw en cappuccino

En toen ik daar zat in gezelschap van een tiental chagrijnige ouders overdacht ik het oude jaar.

K3 en ander Studio 100 lawaai schalde door de luidsprekers en het geluid van gillende kinderen zorgde er voor dat ik me ouderwets kon ontspannen. Maar hé, de cappuccino smaakte goed en het was niet voor niets een indoor speelparadijs.

Ik roerde voorzichtig in de cappuccino om het melkschuim zo veel mogelijk in tact te laten.

Vorig jaar om deze tijd zaten we op Texel. Met z’n vieren.

En nu zat ik in Drenthe.

Met z’n drieën.

Ik vroeg me af of de andere ouders, die allemaal gezellig samen aan een tafeltje zaten het aan me konden zien.

Dat een collega moeder haar man zou aanstoten en zou zeggen: “Kijk, daar zit weer zo’n zogenaamd sterke vrouw die het in haar eentje prima kan hendelen, maar ondertussen alle mannen in haar omgeving voor haar karretje spant.” En dat die man dan smalend zou zeggen: “Zeg jij nou maar niks met je campingslippers, je haar in die eeuwige paardenstaart en je joggingbroek.”

Ik moest lachen.

Het was een raar jaar geweest.

Heftig, verdrietig en bij tijd en wijlen zwaar. Maar het was ook een jaar waarin ik er achter kwam dat mijn werk, één van mijn grote liefdes, me er door heeft gesleept. Ik veerkrachtiger ben dan ik dacht en de kinderen het beste en het slechtste in mij naar boven konden halen.

Het was goed me te realiseren dat de man met wie ik ooit oud wilde worden op de zijlijn aanwezig is en we het samen en toch los van elkaar zo prima doen.

Het heeft de kinderen gesterkt en gekwetst en ze hebben er nieuwe mensen bij gekregen die om ze geven.

Ik lepelde de melkschuim op en riep de kinderen dat we terug gingen naar het huisje.

Terug naar de andere drie van het vakantiegezelschap.

Want ik, de sterke, stoere, onafhankelijke vind alleen met z’n drieën wel heel erg alleen.

Zeker op vakantie.

20 juni 2009

Poes

Witte strepen steken helder af tegen een helderblauwe lucht. Alsof iemand ze zomaar willekeurig heeft neergezet. Door de wind vervagen ze om daarna voorgoed in het niets te verdwijnen. Ze sluit haar ogen en laat de zon op haar inwerken. Warm en prikkelend. Achter haar oogleden kleurt alles rood.

Een prettig soort rood en ze voelt haar bewustzijn vervlakken in een staat van zijn en toch niet zijn.

Ze denkt terug aan de telefoongesprekken van vanmorgen. De toon van die gesprekken varieerden nogal. Van “Volg je gevoel.” tot ”Zou je dat wel doen?” en een “Hahaha ik kan alleen maar lachen nu.”

Ze was er geen steek mee opgeschoten.

Het was een typisch geval van te laat.

Te laat voor de geplande sterilisatie.

De beslissing was en is aan haar.

Zoals altijd.

Want ze is een autonome onafhankelijke vrouw.

Wel eentje die de feedback van anderen nodig heeft om er uiteindelijk achter te komen dat ze naar zichzelf moet luisteren.

En ze heeft besloten.

Ze houdt ze.

Al zijn het er tien.

Ze gaat ze wel kwijt raken.

Aan Jan of Alleman.

Maar ze zet ze niet op Marktplaats zoals de dierenartsassistente nog opperde.

Ze bedenkt zelf wel iets.

Aan ideeën en initiatief ontbreekt het haar niet.

Nu nog een pakkend tekstje schrijven voor in de schoolkrant en voor in een mail.

Of ze gaat op een kleedje in het plaatselijke winkelcentrum zitten met een bordje:

Eind augustus gratis af te halen bij Rian: De aller-leukste baby poesjes van de hele wereld.

17 mei 2009

Moeder de Held

Ik ben best een held hoor als het om insecten gaat.

Ik was vroeger al niet bang voor kriebelbeesten.

Bij wijze van experiment trok ik er samen met de buurtkinderen en een zoutpot op uit om te kijken wat er zou gebeuren als je zout op een slak zou strooien.

Of we zochten hooiwagens en trokken ze pootjes uit. Gewoon om te kijken of ze het op vijf, vier of drie pootjes ook zouden redden

Want de natuur is wreed en kinderen zijn dat ook.

Later stopte ik ze gewoon in een potje. Bij wijze van huisdier.

Ik had lieveheersbeestjes met namen, langpootmuggen die ‘Fred’ heetten en spinnen die ik het allerschattigst van de hele wereld vond. Jammer dat ze zich niet lieten knuffelen.

En toen kregen we een poes. Een echte pikzwarte poes. En we noemden hem Droppie. Waarschijnlijk voelde hij aan dat ik niet zo lief was voor dieren want hij liep weg en mijn zusje en ik waren ontroostbaar. Gelukkig had Droppie nog een broer die ook zwart was en best wel bij ons wilde wonen tot zijn 25e. Totdat hij stokoud, doof en waarschijnlijk ook nog blind het loodje legde.

En toen was ik erachter dat ik een poezenmens was.

Dus nu heb ik er twee. Weer een Droppie, zo zwart als roet, en een Purk, want Minke mocht de naam bedenken. Purk is niet zomaar een kat. Het is een hondsbrutaal en nieuwsgierig nest die niet alleen aanbidders van haar eenjarige lijfje af moet schoppen maar ook voor het eerst van haar prille leventje een heuse vogel had gevangen.

Een vogel die ze uit dankbaarheid en belachelijke trots mee naar binnen droeg. Vogel, een baby nog, was niet zo blij want ze kwetterde hard en angstig. Ik wilde mijn oren en ogen dicht houden in de hoop dat het verdween of roepen naar een andere volwassene in huis die het wel even voor me zou oplossen. Ondertussen voelde ik de groepsdruk van de buurtkinderen die inmiddels allemaal naar binnen kwamen rennen. Eindelijk gebeurde er weer eens wat!

Minke keek me verwachtingsvol aan en Jelle vroeg of ik de vogel nog kon redden.

Dus ik, Moeder de Held, greep Purk in zijn nekvel waardoor ze even het beestje losliet. Ik zette een emmertje over het in doodsnood verkerende vogeltje heen en schoof er een bord onder en nam ‘m mee naar buiten. Achter me aan de optocht van buurtkinderen. Het beestje was zo gewond dat ik het rustig kon aaien. Ik belde achtereenvolgens de vogelopvang en de dierenambulance die me adviseerde een nachtje af te wachten en het beestje in een doos te stoppen. Vanmorgen keken we en toen was het dood. Een klein bruin bolletje met de oogjes dicht. En nu gaat Moeder de Held een openbare begrafenis houden in de tuin. Voor de buurtkinderen. En voor het vogeltje. Want Moeder de Held was net niet Held genoeg om het beestje meteen uit zijn lijden te verlossen.